Ondertussen is de bomma van Fenja al in Benidorm aangekomen, dus trekken ook wij in die richting. De campings aan de kust zijn echter totaal niet ons ding en ook veel te duur. Ten einde raad rijden we dan maar naar door naar Sella, waar we daarna wouden gaan klimmen. Gelukkig is Benidorm niet te ver.
We kamperen naast een zeer primitieve refugio. Onder primitief verstaan we: geen warm water, geen elektriciteit, vuil en geen riolering (maw, mikken in een gat met daar een berg stront onder :-))
Gelukkig kan je hier wel goed klimmen, al werkt het weer niet altijd mee... In een overhangende sector kom ik wel aan mij trekken (en doe ik mijn 3e 8a), maar voor Fenja is de regen de spelbreker.
Maar we bezoeken dus ook de bomma!! Als we Benidorm naderen, worden we begroet door een heerlijk lelijke skyline, vol met banale of kitcherige torens. In welke toren zouden we moeten zijn? Als we het hotel gevonden hebben en aan de balie vragen naar drie Belgische dames, vraagt de receptioniste glimlachend of ze ook een hondje bij hebben. Blijkbaar zijn ze hier gekend :-) Ze zijn echter hun ochtendwandeling aan het maken (lees: shoppen). Na een telefoontje om onze aankomst te melden, zien we de bomma aanstormen, bijna in paniek als ze ons niet meteen ziet. De rest van de dag brengen we luierend en bijpratend door aan het zwembad of op terrasjes. Nu zijn we hier ook weer eens geweest :-)